Herziene CUR-Aanbeveling 108

Bookmark Download dit artikel Print deze pagina

dinsdag 1 april 2008 Cement 2008/4 854x gelezen

De rekenwaarde van de sterkte van mortelvoegen vervaardigd door het plaatsen van prefab-betonelementen in een speciebed was tot het uitkomen van wijzigingsblad A4 bij de VBC 1995 beperkt. Door CUR-commissie C144 is een onderzoek uitgevoerd waardoor het mogelijk werd de rekenwaarde van de sterkte van dit type voeg in wijzigingsblad A4 te verhogen. Dit was mede mogelijk door te verwijzen naar een in CUR-Aanbeveling 108 voorgeschreven uitvoeringsmethode. Door CUR is deze Aanbeveling herzien waarbij naast het plaatsen in een speciebed ook aan andere uitvoeringsmethoden, zoals ondergieten en onderpompen, aandacht wordt geschonken.

 

Ga direct naar de online versie van CUR-Aanbeveling 108:2013.

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Pagina 4

Pagina 1

O n d e r z o e k & t e c h n o l o g i e
Voor schrif ten
88 cement 2008 4
De normen voor het ontwerp en
de uitvoering van betonconstruc-
ties [1,2] besteden slechts beperkt
aandacht aan het ...
O n d e r z o e k & t e c h n o l o g i e Voor schrif ten 88 cement 2008 4 De normen voor het ontwerp en de uitvoering van betonconstruc- ties [1,2] besteden slechts beperkt aandacht aan het ontwerp en de uitvoering van mortelvoegen in geprefabriceerde betonconstruc- ties. Volgens 9.17.3 van de VBC 1995 [1] moet de rekenwaarde van de sterkte van de mortelvoegverbin- ding f'v worden bepaald uit: f'v = k1 k2 f'b De sterkte van de mortelvoegver- binding is gelijk aan de laagste druksterkte van de aansluitende betondelen f`b vermenigvuldigd met twee reductiefactoren k1 en k2 . De factor k2 is opgebouwd uit een relatie met diverse variabelen zoals de voegafmeting en de morteldruksterkte, en is afgeleid van experimentele resultaten. Hierbij is de factor k5 opgeno- men, gelijk aan 0,5. Deze factor brengt het verschil tussen de sterkte van de voegmortel in het werk en de op basis van laborato- riumomstandigheden gespecifi- ceerde sterkte in rekening. Opge- merkt wordt dat volgens [1] de sterkte van de voegmortel op dezelfde wijze bepaald zou moeten worden als de sterkte van het beton, dus een 28-daagse sterkte bepaald uit kubussen van 150?150?150 mm?. Dit terwijl de fabrikanten van de mortel de sterkte van de mortel volgens CUR-Aanbeveling 24 [3] na 7 dagen bepalen op prisma's met een afmeting van 40?40?160 mm?, zie ook [4]. Met de factor k1 wordt de onvol- ledige vulling van het voegopper- vlak in rekening gebracht. Het is een reductiefactor die de verhou- ding aangeeft tussen het werke- lijk gevulde deel van het voegop- pervlak en het volledige voegop- Handvat bij ontwerp en uitvoering van mortelvoegen in prefab- betonconstructies Herziene CUR-Aanbeveling 108 ir. S.N.M. Wijte, rapporteur CUR-commissie C144/Adviesbureau ir. J.G. Hageman BV De rekenwaarde van de sterkte van mortelvoegen vervaardigd door het plaat- sen van prefab-betonelementen in een speciebed was tot het uitkomen van wijzigingsblad A4 bij de VBC 1995 beperkt. Door CUR-commissie C144 is een onderzoek uitgevoerd waardoor het mogelijk werd de rekenwaarde van de sterkte van dit type voeg in wijzigingsblad A4 te verhogen. Dit was mede mogelijk door te verwijzen naar een in CUR-Aanbeveling 108 voorgeschreven uitvoeringsmethode. Door CUR is deze Aanbeveling herzien waarbij naast het plaatsen in een speciebed ook aan andere uitvoeringsmethoden, zoals onder- gieten en onderpompen, aandacht wordt geschonken. 1 |Plaatsen van een element in een speciebed

Reacties

Reacties

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 
















Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Uw reactie wordt getoond na verificatie.

CUR-aanbevelingen is een uitgave van Aeneas.
© 2017 www.cur-aanbevelingen.nl - alle rechten voorbehouden.